schouwen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to navigation Jump to search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

  • IPA(key): /ˈsxɑu̯ə(n)/
  • (file)
  • Rhymes: -ɑu̯ən

Etymology 1[edit]

From Middle Dutch schouwen, from Old Dutch skouwon, from Proto-Germanic *skawwōną, from Proto-Indo-European *(s)kewh₁-.

Verb[edit]

schouwen

  1. (transitive, archaic) to see, watch
  2. (transitive) to inspect formally, as with an honor guard
  3. (transitive) to examine physically, as in forensics
  4. (transitive) to see mentally
Inflection[edit]
Inflection of schouwen (weak)
infinitive schouwen
past singular schouwde
past participle geschouwd
infinitive schouwen
gerund schouwen n
present tense past tense
1st person singular schouw schouwde
2nd person sing. (jij) schouwt schouwde
2nd person sing. (u) schouwt schouwde
2nd person sing. (gij) schouwt schouwde
3rd person singular schouwt schouwde
plural schouwen schouwden
subjunctive sing.1 schouwe schouwde
subjunctive plur.1 schouwen schouwden
imperative sing. schouw
imperative plur.1 schouwt
participles schouwend geschouwd
1) Archaic.
Derived terms[edit]

Etymology 2[edit]

(This etymology is missing or incomplete. Please add to it, or discuss it at the Etymology scriptorium.)

Verb[edit]

schouwen

  1. To skip a regular meal course
  2. To wag, skip/ditch (school).
Inflection[edit]
Inflection of schouwen (weak)
infinitive schouwen
past singular schouwde
past participle geschouwd
infinitive schouwen
gerund schouwen n
present tense past tense
1st person singular schouw schouwde
2nd person sing. (jij) schouwt schouwde
2nd person sing. (u) schouwt schouwde
2nd person sing. (gij) schouwt schouwde
3rd person singular schouwt schouwde
plural schouwen schouwden
subjunctive sing.1 schouwe schouwde
subjunctive plur.1 schouwen schouwden
imperative sing. schouw
imperative plur.1 schouwt
participles schouwend geschouwd
1) Archaic.

Etymology 3[edit]

See the etymology of the corresponding lemma form.

Noun[edit]

schouwen

  1. Plural form of schouw