opklaren

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Dutch Wikipedia has an article on:

Wikipedia nl

Etymology[edit]

op 'up, on' + klaren 'to (make/become) clear' (cognate with clear, Latin clarus etc.)

Verb[edit]

opklaren

  1. (transitive) To (make) clear(er), clarify
  2. (transitive) To fix, solve (especially a riddle etc.)
  3. (intransitive) To render clear(er) figuratively, make look, feel etc. bright(er), lighter etc.
  4. (transitive) To (become) clear(er), clear up physically
  5. (intransitive) To clear up figuratively, look, feel etc. bright(er) etc.
  6. (reflexive) (zich opklaren) To clear (up) oneself in either sense

Inflection[edit]

Inflection of opklaren (weak, separable)
infinitive opklaren
past singular klaarde op
past participle opgeklaard
infinitive opklaren
gerund opklaren n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular klaar op klaarde op opklaar opklaarde
2nd person sing. (jij) klaart op klaarde op opklaart opklaarde
2nd person sing. (u) klaart op klaarde op opklaart opklaarde
2nd person sing. (gij) klaart op klaarde op opklaart opklaarde
3rd person singular klaart op klaarde op opklaart opklaarde
plural klaren op klaarden op opklaren opklaarden
subjunctive sing.1 klare op klaarde op opklare opklaarde
subjunctive plur.1 klaren op klaarden op opklaren opklaarden
imperative sing. klaar op
imperative plur.1 klaart op
participles opklarend opgeklaard
1) Archaic.

Derived terms[edit]

Related terms[edit]

Anagrams[edit]